Oei, oei, oei: sinds oktober heb ik niets meer geschreven op de website. Wat erg! Ik weet het, ik weet het, maar er is ook een goede verklaring voor: ik ben sinds november aan het werk op de basisschool van de jongens in Tera Kora. Daardoor ben ik ’s avonds al heel blij als ik nog even met Mike kan knuffelen en blijft de laptop meestal dicht.
Toch beleven we ondertussen allerlei avonturen en vandaag zei Mike: je moet het echt weer opschrijven, anders vergeten we het! Dus bereid je voor op een nieuw avontuurlijk verhaal van de familie Kook, met dit keer in de hoofdrol: twee ezels (ja, twee échte ezels, dat is geen codenaam voor iemand anders in onze familie).
Wie herinnert zich nog het verhaal van het vangen van de straathonden in Mahuma? Mike zei toen letterlijk tegen me: “met jou ga ik geen ezels vangen”, nadat we met heel veel moeite (ik was zwanger en op slippers) drie puppy’s hadden gevangen in de brandende zon. Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder en ben ik bijna beter in het vangen van dieren dan Mike (geen angst meer voor kippen, kalkoenen en eenden).
Coco en Vriend
Dit keer hadden we een andere missie: ontsnapte ezels vangen. Hoe dan? Een paar weken geleden kochten we via een vriend een jonge ezel. We hadden een ezel al een tijdje op ons verlanglijstje staan als toevoeging voor de boerderij en deze baby-ezel kwam toevallig op ons pad.
Een paar weken later kregen we er nóg een ezel bij. Een ouder mannetje dat een aantal jaar in de dierentuin woonde, maar omdat de dierentuin van Curaçao is gesloten, zijn de dieren verdeeld bij boeren op het eiland. De kleine ezel is een vrouwtje en heet Coco (bedacht door oma Karin) en het mannetje heet Vriend, omdat Mike hem de hele tijd zo noemde als hij stout deed en Fairo daarom denkt dat het de naam van de ezel is.


Dus Coco en Vriend wonen nu bij ons, maar we hadden nog geen goede stal voor ze gebouwd. Mike was ermee begonnen, maar het was een flinke klus en dus ging het stapje voor stapje. Ook afgelopen vrijdag was hij weer bezig met zagen, timmeren en monteren en in de tussentijd stonden de ezels rustig te grazen en gras te eten in onze tuin. Totdat ze daar ineens niet meer stonden…
We zochten eerst overal op het terrein, want misschien waren ze naar een ander stukje gelopen om verser gras te eten. Helaas, geen spoor van Coco en Vriend. De poort was dicht, maar via de rand kunnen ze toch op sommige plekken ontsnappen. En dat was dus ook gebeurd. Mike sprong meteen in de auto om rond te rijden en ik liep verschillende rondjes rondom ons terrein, door de bosjes, naar de buren, aan de overkant van de straat, maar helaas: Coco en Vriend waren niet meer in de buurt.
Twee ezels gezien?
Aangezien onze poort aan een redelijk drukke weg ligt (althans: er wordt hard gereden), dachten we dat ze waarschijnlijk waren geschrokken van de auto’s en verder de wijk in waren gelopen. Maar goed, die ‘wijk’ bestaat uit veel grote terreinen met dichte bebossing waardoor je het niet altijd goed kunt zien. Wij met de jongens in de auto en rondjes rijden door de wijk, ondertussen alle buren gevraagd of ze iets hadden gezien, maar iedereen moest vooral hard lachen door de vraag of ze “twee ezels hadden gezien?”
Na bijna een uur rondrijden, begonnen we de moed op te geven. We waren inmiddels ook best ver van huis, zo ver dat we dachten: ze kunnen toch niet écht hier zijn, maar toen we een bocht omreden, zagen we ze ineens! Ooo, wat waren we blij! Coco en Vriend stonden rustig gras te eten naast de weg. Gelukkig is het verkeer in de wijk heel rustig, dus dat was fijn. Onze auto aan de kant gezet en zo snel mogelijk Vriend gevangen. Maar goed, wat nu? Hoe krijgen we die ezels weer thuis, zonder trailer?
Het plan werd als volgt: Mike zat achter in de kofferbak met de deur open en hij hield Vriend vast aan het touw. Ik reed met zo’n 15 kilometer per uur richting huis en omdat Vriend mee moest lopen, volgde Coco automatisch ook. Alleen soms schrok ze even van een passerende auto, maar gelukkig hielp iedereen ons mee en zo’n 20 minuten later waren we thuis. We moesten nu vooral heel hard lachen om dit avontuur en vooral ook hoe het eruit moet hebben gezien.
Hieronder zie je een stukje van de tocht naar huis.
De laatste 100 meter naar huis werd er flink getoeterd, maar ook veel gelachen en gezwaaid: fijn dat op dit eiland de meeste mensen niet raar opkijken als er twee ezels over straat lopen met een auto ervoor, waarbij drie kinderen uit het raam hangen en een man achter in de kofferbak zit. En, inmiddels kan Mike nu tegen me zeggen: “met jou kan ik wél ezels vangen”. Hopelijk was dit wel de laatste keer.